Belangrijke boodschap: Volg hier onze updates over het Coronavirus.

Kan de huurder de woninghuurovereenkomst beëindigen nog voor deze begint te lopen?

Vraag & antwoord 29 juni 2021
Kan de huurder de woninghuurovereenkomst beëindigen nog voor deze begint te lopen?

In de praktijk komt het wel eens voor dat een huurder overhaast tewerk is gegaan bij het afsluiten van een huurovereenkomst en nadien terugkomt op zijn beslissing. Wat zijn de rechten van de eigenaar in dit geval? 

Stel, een geïnteresseerde kandidaat-huurder dient zich aan en toont grote interesse in de woning. De huurovereenkomst wordt vervolgens ondertekend om twee maand nadien een aanvang te nemen. Plots krijgt de eigenaar de melding van de huurder dat deze zich heeft bedacht en de woning toch niet wil huren. Is men als eigenaar dan verplicht om hier zonder meer mee in te stemmen of zijn er bepaalde actiemogelijkheden waarop hij een beroep kan doen? 

Bindend contract

Het antwoord is dat de huurder zich heeft verbonden tot het aangaan van een huurovereenkomst, zijnde een bindend contract. Op basis van de principes van het algemeen verbintenissenrecht strekken de overeenkomsten die partijen aangaan, hen tot wet. Concreet is de huurder dus gebonden door de bepalingen van de huurovereenkomst en kan deze niet zomaar zonder meer beëindigd worden. 

Gezien de huurovereenkomst evenwel nog geen aanvang heeft genomen, liggen de kaarten anders dan wat het geval zou zijn tijdens de lopende huurovereenkomst. In dit laatste geval kan de huurder gewoon een opzeg presteren van 3 maand, wat ook het geval is bij een huurovereenkomst van korte duur. 

Geen klassieke opzeg

Van een eigenlijke opzeg kan er hier evenwel geen sprake zijn, gezien de huurovereenkomst op zich nog geen aanvang heeft genomen. De huurder kan in dat geval dan ook moeilijk een klassieke opzeg presteren. 

Verbrekingsvergoeding

De beslissing van de huurder om plots een einde te stellen aan de huurovereenkomst, moet juridisch gekwalificeerd worden als een vroegtijdige verbreking van de huurovereenkomst, waardoor op basis van het algemeen verbintenissenrecht een verbrekingsvergoeding verschuldigd is. De eigenaar zal immers schadeloos moeten gesteld worden voor het feit dat hij onverhoopt toch geen huurovereenkomsten zal kunnen genieten. 

Indien deze niet forfaitair begroot is in de huurovereenkomst, dient deze begroot te worden rekening houdend met de tijd die het voor de verhuurder in beslag zou nemen om een nieuwe huurder voor het pand te kunnen vinden. In de regel kan een dergelijke vergoeding worden begroot op drie maand huur, tenzij de verhuurder er bijvoorbeeld vroeger in zou slagen om een nieuwe huurder voor het pand te vinden. Een en ander zal ook afhangen van de aard van het pand, de ligging,…

Forfaitair begroten in de huurovereenkomst

Om onduidelijkheden en discussies met de huurder te vermijden, doet men er dan ook goed aan om deze verbrekingsvergoeding forfaitair te begroten in de huurovereenkomst zelf. Een en ander belet uiteraard niet dat er met de huurder dan nog andersluidende afspraken kunnen gemaakt worden. In dergelijk geval is het dan wel van groot belang om alles duidelijk op schrift te stellen. 

Gerelateerde dossiers

Federale Woninghuurwet

Federale Woninghuurwet

Vlaams Woninghuurdecreet

Vlaams Woninghuurdecreet

Structurele partners

BTVBTVBTVBTVBTVBTV

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Deze browser is niet compatibel met CIB Vlaanderen. Gebruik een andere browser om onze website te kunnen gebruiken.