Belangrijke boodschap: Volg hier onze updates over het Coronavirus.

Uit het parlement - Minister Diependaele gevraagd om zich uit te spreken over het gebruik van het Engels door immokantoren

Nieuws 23 september 2021
Detail page

N-VA-parlementslid Sarah Smeyers, tevens schepen van Sociale zaken, wonen, welzijn, ouderenzorg & samenleving in Aalst, had onlangs een opmerkelijke schriftelijke vraag voor minister Diependaele. Ze wilde van de minister weten of een verhuring wel in het Engels kan worden afgesloten en wat daarvan dan de consequenties zijn. 

Los van de link met de immosector is het antwoord van de minister bijzonder belangwekkend. Voor het eerst is er immers een duidelijke uitspraak van een beleidsmaker over de vraag of de weigering van een kandidaat op grond van taal altijd discriminatoir is. Taal wordt immers in het Gelijkekansendecreet vooropgesteld als een beschermd criterium. Op basis daarvan een onderscheid maken kan slechts als voor dat onderscheid een redelijke en objectieve verantwoording wordt geboden. 

Minister Diependaele bevestigt in zijn antwoord dat het ontbreken van een gemeenschappelijke taal en de beperkingen die daaruit voortvloeien voor de goede uitvoering van een huurcontract dergelijke redelijke en objectieve verantwoording vormt. Met andere woorden: een verhuurder mag vereisen minstens te kunnen communiceren met de huurder. Als hij/zij zelf bijvoorbeeld het Frans of het Engels machtig is, mag hij niet eisen dat een kandidaat het Nederlands beheerst. Ook het Frans of het Engels moeten dan kunnen volstaan. Ofwel: hoe beperkter de taalkennis van de verhuurder, hoe meer het criterium taal zal spelen. Dat is het resultaat van het feit dat men zich moet baseren op het al dan niet kennen van een gemeenschappelijke taal en een mogelijkheid tot communiceren.

Daarnaast bevestigt minister Diependaele in zijn antwoord dat vastgoedkantoren niet verplicht zijn om een bepaalde taal te gebruiken. Zij kunnen zodoende perfect publiciteit maken in het Engels, alsook huurcontracten in die taal opstellen.

Integrale tekst van schriftelijke vraag nr. 498 van SARAH SMEYERS dd. 3 mei 2021

Ik ontvang signalen dat immokantoren de laatste tijd nogal vaak de Engelse taal durven te gebruiken om aan hen toevertrouwde huurwoningen aan te prijzen. Daarbij gaat het wel eens om zogenaamde ‘kleine verhuurders’, zijnde verhuurders die één of twee woningen verhuren om hun inkomsten, pensioen,… wat aan te dikken. Deze mensen zijn het Engels echter vaak niet machtig en vrezen dat zij, als zij een potentiële, solvabele Engelstalige huurder wegens Babylonische taalproblemen zouden afwijzen, beschuldigd zouden kunnen worden van discriminatie. Bovendien vrezen deze verhuurders dat zij ertoe gedwongen zouden kunnen worden om een huurovereenkomst te ondertekenen die de huurder wél maar zij niet verstaan.

Taal is altijd al een gevoelig onderwerp geweest in Vlaanderen.

1. Zal de minister er de immokantoren op een of andere wijze toe aanzetten om in Vlaanderen enkel het Nederlands te gebruiken?

2. Als de verhuurders, al dan niet door bemiddeling van een immokantoor, uiteindelijk verhuren aan iemand die enkel het Engels machtig is, zijn zij dan verplicht om van documenten zoals bijvoorbeeld het huishoudelijk reglement, de technische gebruiksaanwijzingen,… ook een Engelse versie ter beschikking te stellen?

3. Kunnen verhuurders in Vlaanderen er überhaupt toe gedwongen worden een huurovereenkomst te ondertekenen die enkel in het Engels is opgesteld? 

Integrale tekst van het antwoord van minister Matthias Diependaele

1. Het uitgangspunt is dat verhuurders zelf kiezen met wie zij een huurcontract sluiten. Uiteraard mogen zij daarbij niet discrimineren, maar het feit dat er geen gemeenschappelijke taal is waarmee de partijen kunnen communiceren, kan voor de verhuurder wel een legitieme reden zijn om iemand niet te kiezen. Voor een goede uitvoering van het huurcontract is het immers belangrijk dat beide partijen elkaar begrijpen en met elkaar kunnen communiceren.

Daarnaast is het evenwel van belang om mee te geven dat de taalregelgeving momenteel niet zo ver reikt dat de immokantoren verplicht zouden zijn om te allen tijde het Nederlands te gebruiken. In het Nederlandstalig gebied geldt het taaldecreet van 19 juli 1973 (volledig: “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”). Dat decreet bepaalt onder meer dat ondernemingen voor een specifiek aantal opgesomde documenten het Nederlands moeten gebruiken. De opmaak van huurcontracten valt daar echter niet onder. Het huurcontract behoort tot de vrijheid van contracteren en valt onder de taalvrijheid uit artikel 30 van de Grondwet.

2-3.Omwille van de taalvrijheid is het aan de partijen zelf om te beslissen in welke taal ze het huurcontract opstellen. De verhuurder is dus niet verplicht om een contract in het Engels op te stellen of om bepaalde documenten in het Engels te overhandigen.

Dit artikel kadert in de katern 'Uit het parlement', die iedere week in Vastgoedflitsen verschijnt. Deze katern focust op parlementaire verslaggeving, door in te zoomen op topics die daar besproken werden en die relevant kunnen zijn voor de vastgoedmakelaar, syndicus, rentmeester, ... Het gaat dus niet om juridische artikels in de strikte zin. Soms kan er juridische informatie in vervat zitten. De insteek is echter telkens deze van parlementaire verslaggeving of eventueel rapportering van interessante studies, publicaties en cijfers.


Structurele partners

BTVBTVBTVBTVBTVBTV

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Deze browser is niet compatibel met CIB Vlaanderen. Gebruik een andere browser om onze website te kunnen gebruiken.