Wapen jouw kantoor tegen cyberaanvallen. Bestel hier een audit.

Uit het parlement - de complexe bevoegdheidsverdeling inzake wonen & huur: een praktisch voorbeeld

Nieuws 6 oktober 2022
Detail page

Via de Zesde Staatshervorming werd de bevoegdheid inzake woninghuur overgedragen aan de gewesten. De uitvloeisels daarvan kennen we ondertussen allemaal: de Brusselse Huurordonnantie, het Vlaams Woninghuurdecreet en het Waals Woninghuurdecreet. De reikwijdte van deze decreten is echter niet altijd even duidelijk. 

Na de Zesde Staatshervorming zijn de gewesten bevoegd voor ‘de specifieke regels betreffende de huur van voor bewoning bestemde goederen of delen ervan’. In die definitie is elk woord van belang. Wat sommigen bijvoorbeeld niet weten, is dat ook roerende goederen er onder kunnen vallen. Er staat immers nergens dat het enkel om onroerende goederen zou gaan. Dus: ook huurcontracten voor bijvoorbeeld chalets, caravans, woonwagens en woonboten vallen onder het regionaal woninghuurrecht (Vlaams Woninghuurdecreet etc.).

Dat de bevoegdheidsverdeling meespeelt, bleek bijvoorbeeld bij het verbod op uithuiszettingen tijdens corona. Dat werd eind maart 2020 ingevoerd, om te vermijden dat mensen tijdens volle coronapandemie hun huis of woning moesten verlaten. Het initiatief kwam van Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele.

Op 7 april 2020 zag diezelfde minister zich gedwongen om via een omzendbrief het toepassingsgebied van het verbod te verduidelijken. Daarbij verwees de minister naar de gewestelijke bevoegdheid op basis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen inzake de huisvesting en de specifieke regels betreffende de huur van voor bewoning bestemde goederen of delen ervan. 

Het tijdelijk verbod op de uitvoering van alle gerechtelijke beslissingen waarbij een uithuiszetting wordt bevolen, had dus betrekking op uithuiszettingen die voortvloeien uit woninghuurgeschillen die werden uitgesproken door de vrederechter – en in beroep de burgerlijke rechter van de rechtbank van eerste aanleg – op basis van hun bevoegdheid om in deze geschillen uitspraak te doen.

Zowel uithuiszettingen op basis van huurovereenkomsten die zijn gesloten vóór 1 januari 2019 (op basis van de Woninghuurwet en het Burgerlijk Wetboek) als uithuiszettingen op basis van huurovereenkomsten die zijn gesloten vanaf 1 januari 2019 (op basis van het Vlaams Woninghuurdecreet) vielen onder het verbod.

Het verbod had betrekking op zowel private huurovereenkomsten als sociale huurovereenkomsten. 

Maar een aantal categorieën van uit(huis)zettingen waren er niet aan onderhevig, omdat ze niet vallen onder de bevoegdheid van de Vlaamse minister van Wonen. Het betrof:

  • Uithuiszettingen in het kader van voorlopige maatregelen tussen (ex-)partners, in het kader van strubbelingen tussen ouders en kinderen of tussen andere personen die op hetzelfde adres wonen,… Het personen- en familierecht is immers een federale bevoegdheid.
  • Uithuiszettingen van krakers, opnieuw op grond van het feit dat dit een federale bevoegdheid betreft
  • De uithuiszetting van een bezetter te bede of gebruiker in het kader van een kosteloze bruikleenovereenkomst
  • Een uithuiszetting in uitvoering van art. 135 van de Nieuwe Gemeentewet. Dat artikel laat de burgemeester toe om maatregelen te nemen om de openbare orde te bewaken, waaronder dus uithuiszettingen.
  • Uithuiszettingen op basis van notariële aktes (bv. een notariële akte tot aankoop van een woning): een nieuwe eigenaar van een woning – die bijvoorbeeld zelf de huurovereenkomst van zijn woning heeft opgezegd en deze moet verlaten – die zijn aangekochte woning niet kan betreden omdat de vorige bewoner die niet vrijwillig verlaat, kon de uithuiszetting van de vorige eigenaar nog nastreven

Uithuiszettingen uit tweede verblijven en studentenhuisvesting werden wel vervat in het verbod. Het gaat hier immers om goederen die voor bewoning zijn bestemd. In geval van huurcontracten van gemeen recht gold het verbod niet voor garages, kantoren, praktijkruimtes vrije beroepers, … Hier gaat het niet om voor bewoning bestemde goederen.

Voor elk van de situaties waarbij de bevoegdheid elders ligt, moest men tijdens corona eigenlijk bij de bevoegde instantie of minister gaan navragen wat de regels waren. Om een volledig overzicht te hebben op vlak van uithuiszettingen moest je dus niet enkel de ministers van Wonen consulteren maar evenzeer de minister van Justitie, de ministers van Economie (rond handelshuur), …

Of: hoe de bevoegdheidsverdeling echt wel kan doorspelen…

Bron: Omzendbrief OMG/W 2020/2 dd. 7 april 2020

Dit artikel kadert in de katern 'Uit het parlement', die iedere week in Vastgoedflitsen verschijnt. Deze katern focust op parlementaire verslaggeving, door in te zoomen op topics die daar besproken werden en die relevant kunnen zijn voor de vastgoedmakelaar, syndicus, rentmeester, ... Het gaat dus niet om juridische artikels in de strikte zin. Soms kan er juridische informatie in vervat zitten. De insteek is echter telkens deze van parlementaire verslaggeving of eventueel rapportering van interessante studies, publicaties en cijfers.

 


Structurele partners

ChecknetACEGKorfineECCAConcordiaCovastLuminusORIS

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Deze browser is niet compatibel met CIB Vlaanderen. Gebruik een andere browser om onze website te kunnen gebruiken.