Belangrijke boodschap: Volg hier onze updates over het Coronavirus.

Studentenverhuur: toepassingsgebied titel 3 VWHD

Nieuws 23 maart 2021
Detail page

In de aanloop naar de periode april-mei, waarin de meeste verhuringen van studentenkamers doorgaan, publiceren we de komende weken een aantal artikels over dit specifieke vastgoedsegment. Belangrijk aandachtspunt is titel 3 van het Vlaams Woninghuurdecreet. Die bevat een aantal regels van dwingend recht waar je bij de opmaak van een huurovereenkomst voor de huisvesting van een student rekening mee moet houden. Wat wordt echter verstaan onder 'huisvesting van studenten'? Wanneer is titel 3 VWHD precies van toepassing?

Titel 3 van het Vlaams Woninghuurdecreet bevat een resem rechtsregels, die onder meer handelen over de waarborg, duurtijd & opzeg, plaatsbeschrijving, indexatie, ... Belangrijk: deze zijn van dwingend recht. Men kan er niet contractueel van afwijken, zelfs niet als de verhuurder en de huurder daarover akkoord gaan. Een dwingende regel is altijd van toepassing, zelfs als het contract een tegenovergestelde clausule bevat. In dat geval is die contractuele clausule nietig, maar de andere bepalingen van de huurovereenkomst blijven wel geldig. 

Art. 53 VWHD stelt dat titel 3 van toepassing is op huurovereenkomsten, waarbij de bewoner een student is en deze het gehuurde goed niet met uitdrukkelijke of stilzwijgende toestemming van de verhuurder tot zijn hoofdverblijfplaats bestemt. 

Als student wordt beschouwd: iedere persoon die is ingeschreven bij een instelling die voltijds onderwijs aanbiedt. Het maakt daarbij niet uit of de student meerderjarig is.

De bepalingen inzake studentenhuurovereenkomsten in titel 3 VWHD zijn dus van toepassing op alle huurovereenkomsten in het Vlaams Gewest waarbij de huurder een student is én het gehuurde goed niet als hoofdverblijfplaats bestemt. Als de student wel zijn hoofdverblijfplaats vestigt in de studentenwoning, is titel 3 VWHD niet van toepassing, doch wel titel 2 VWHD, dat bepalingen bevat voor huurovereenkomsten m.b.t. de hoofdverblijfplaats van de huurder.

Belangrijk: voor het toepassingsgebied van titel 3 wordt geen enkel onderscheid gemaakt naargelang de aard van het verhuurde goed. Het maakt met andere woorden niet of het gaat om een studentenkamer, dan wel een studio of zelfs de verhuur van een woning of appartement aan één of meerdere studenten. Het feit dat er wordt verhuurd aan een student is doorslaggevend, ongeacht het woningtype.

Verdere aandachtspunten

Het Vlaams Woninghuurdecreet is op 1 januari 2019 in werking getreden en is van toepassing op alle studentenhuurovereenkomsten die sedert die datum worden/zijn getekend. 

Titel 3 van het Vlaams Woninghuurdecreet regelt niet alle aspecten van de studentenhuurovereenkomst. Naast deze bepalingen moeten de partijen nog steeds rekening houden met het gemeen huurrecht (art. 1708 tot 1762bis van het Burgerlijk Wetboek), alsook inzake art. 4 VWHD inzake de affichering van de huurprijzen en de kosten & lasten. Dat artikel is evenzeer integraal van toepassing op verhuringen aan studenten


Structurele partners

BTVBTVBTVBTVBTVBTVBTV

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Deze browser is niet compatibel met CIB Vlaanderen. Gebruik een andere browser om onze website te kunnen gebruiken.